Het recht op de vrijheid van arbeidskeuze vloeit voort uit artikel 19 van de Grondwet. In beginsel is een ieder vrij om nevenwerkzaamheden te verrichten, dat wil zeggen naast het eigen werk ander werk uitvoeren. Immers, het recht op vrijheid van arbeidskeuze eindigt niet bij het in dienst treden bij je werkgever.
Om er zeker van te zijn of bepaalde nevenwerkzaamheden verboden zijn kun je je cao of individuele arbeidsovereenkomst raadplegen. Hierin kan mogelijk een verbod staan voor bepaalde nevenwerkzaamheden. Als de cao slechts een minimum aan informatie verschaft moet er een belangenafweging worden gemaakt. Je werkgever moet dan zijn belang afwegen tegen dat van jou. Een volledig verbod is meestal nietig, omdat er dan bij voorbaat aan hjouw belang als werknemer is voorbij gegaan.
Is er helemaal niets geregeld, dan mag je geen nevenwerkzaamheden waarmee je je werkgever concurrentie aandoet. Het gaat dan vooral om concurrentie door het aanbieden van producten of diensten die gelijk zijn aan die van de werkgever. Maar ook niet-concurrerende werkzaamheden kunnen worden verboden als je daardoor niet meer naar behoren je werk kunt doen. Dit is het geval als je bijvoorbeeld uitgeput op het werk verschijnt omdat je elders werkzaamheden verricht in de avonduren of in het weekend.
Margot Steffens zei op 28-10-2010 om 23:37