Bij ontslagaanvragen wegens bedrijfseconomische redenen moet de werkgever het ‘afspiegelingsbeginsel’ toepassen. Het ontslag moet zodanig plaatsvinden dat de leeftijdsopbouw in het bedrijf vóór en ná het ontslag zoveel mogelijk gelijk blijft.
Wat houdt het afspiegelingsbeginsel/afspiegelingsprincipe in?
Het afspiegelingsbeginsel, ook wel afspiegelingsprincipe genoemd, is de manier om de ontslagvolgorde te bepalen.
Het wordt als volgt toegepast:
- Per categorie “uitwisselbare functies” van de bedrijfsvestiging.
Uitwisselbare functies zijn functies die naar aard, inhoud, functieniveau, beloning en omstandigheden over en weer vergelijkbaar en gelijkwaardig zijn. Let op: het gaat om uitwisselbaarheid van functies, niet om uitwisselbaarheid van werknemers. - Op basis van de leeftijdsopbouw binnen de betreffende categorie uitwisselbare functies.
Het personeel van de categorie uitwisselbare functies wordt ingedeeld in vijf leeftijdsgroepen: 15 tot 25 jaar, 25 tot 35 jaar, 35 tot 45 jaar, 45 tot 55 jaar en van 55 jaar en ouder.
Bij de verdeling van de ontslagen over de leeftijdsgroepen geldt dat de leeftijdsopbouw binnen de categorie uitwisselbare functies vóór en ná de ontslagprocedure verhoudingsgewijs zoveel mogelijk gelijk is. Binnen elke leeftijdsgroep wordt de werknemer met het kortste dienstverband als eerste voor ontslag voorgedragen.
Het afspiegelingsprincipe hoeft niet te worden gebruikt:
- Wanneer de bedrijfsactiviteiten worden beëindigd.
- Wanneer er een unieke functie komt te vervallen. Een unieke functie wordt slechts door één werknemer ingevuld.
- Wanneer er een categorie uitwisselbare functies in zijn geheel komt te vervallen.
Van het afspiegelingsbeginsel kan in bepaalde gevallen (zwaarwegende redenen) worden afgeweken:
- Bij een werknemer die voor de werkgever moeilijk te missen is (iemand met bijzondere kennis of bekwaamheden).
- Op grond van de hardheidsclausule. Hierop kunnen alleen uitzend- en detacheringswerkgevers een beroep doen.
- Bij een werknemer met een zwakke arbeidsmarktpositie (terwijl de eerstvolgende werknemer binnen de leeftijdsgroep juist een gunstige arbeidsmarktpositie heeft).
Andere aandachtspunten bij het afspiegelingsbeginsel zijn:
- Een arbeidsgehandicapte werknemer kan voor bedrijfseconomisch ontslag worden voorgedragen. Wel moet de werkgever aannemelijk maken dat hij of zij de werknemer niet binnen 26 weken kan herplaatsen. UWV WERKbedrijf kan een arbeidsmedisch advies vragen aan UWV. UWV onderzoekt de mogelijkheden om de werknemer binnen 26 weken te herplaatsen (door bijvoorbeeld scholing). Ook onderzoekt UWV de kans op herstel binnen 26 weken.
- In de ontslagtoestemming wegens bedrijfeconomische redenen kan UWV Werkbedrijf de zogenoemde wederindiensttredingsvoorwaarde opnemen. Als de werkgever binnen 26 weken na de ontslagtoestemming van UWV WERKbedrijf weer werk voor de ontslagen werknemer heeft, moet de werkgever dit met voorrang aan de werknemer aanbieden. Doet de werkgever dit niet, dan stelt UWV WERKbedrijf dat de ontslagtoestemming nooit is verleend.
Links
Margot Steffens zei op 13-04-2010 om 10:01